Ode van een twijgje

Ik was nog niets,
een beginneling,
een sprietje.
Toch koos ze juist mij,
met nog een paar anderen.
We gingen in een zakje,
ze wapperde wat druppels van haar hand
over ons heen
en legde ons koel weg.
Daar in dat donker
heb ik veel en diep
nagedacht.
Wat is toch mijn
essentie?
Als ik iets te geven zou hebben
wat zou dat dan zijn?
Op zeker moment
kwam ik
tot de kern.
Toen bracht ze me
in het licht
en reden we
naar een grote schuur
met vreemde mannen.
Trots overhandigde ze ons.
Hebt u hoogstamonderstammen, vroeg ze.
De boer pakte
stokjes van 30 cm met een wilde haarbos als wortelgestel,
heel stoer.
Dat wil ik ook wel,
dacht ik nog,
en toen
viel opeens
al het overtollige
van me af.
Ik werd tot op m’n ziel
ontdaan van buitenkant.
Tot mijn verbijsterde vreugde
werd ik verenigd met
de wortelstok.
Huidje huidje,
ziel op ziel.
Ik weet
wat me te doen staat,
ik ben rode appels,
groot en plat.
Mijn wortelstok is kracht.
Samen worden we
een hoogstamboom
in Ochtendblauw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *